Zweden en Noorwegen geven boeken, schrijven en geconcentreerd lezen opnieuw meer ruimte op school. In de berichtgeving klinkt dat al snel als een Scandinavische afrekening met laptops en tablets. Precies op het moment dat die discussie oplaait, publiceert de OESO de definitieve resultaten van PISA 2025.
De verleiding is groot om beleid en uitkomst direct aan elkaar te koppelen. Dat zou onterecht zijn. De leesscores van Zweden en Noorwegen zijn sinds 2022 statistisch significant gedaald, net als die van Nederland en het OESO-gemiddelde. De meeste nieuwe Scandinavische maatregelen zijn echter te recent — en vaak gericht op veel jongere kinderen — om met PISA 2025 te kunnen evalueren.
Wat verandert er werkelijk in Zweden?
Zweden heeft de koers vooral in de voorschoolse educatie aangescherpt. Sinds 1 juli 2025 bepaalt het aangepaste curriculum dat de voorschoolse educatie voor kinderen grotendeels schermvrij moet zijn. Voor kinderen jonger dan twee jaar gelden analoge leermiddelen als uitgangspunt; bij oudere kinderen moet met digitale middelen zeer terughoudend worden omgegaan. Lezen, woordenschat, bewegen en interactie krijgen nadrukkelijk meer ruimte.
Dat is een echte beleidswijziging, maar geen algemeen laptopverbod voor het Zweedse onderwijs. De maatregel geldt bovendien voor kinderen die veel jonger zijn dan de vijftienjarigen die PISA onderzoekt.
En wat doet Noorwegen?
In Noorwegen staat sinds augustus 2026 in alle vakcurricula dat digitale apparaten in leerjaar 1 tot en met 4 bijzonder terughoudend moeten worden gebruikt en het onderwijs niet mogen domineren. Volgens de Noorse onderwijsdirectie is één apparaat per leerling voor deze leeftijdsgroep niet nodig om aan het curriculum te voldoen.
Daarnaast ontvingen gemeenten in 2026 140 miljoen Noorse kronen voor gedrukte schoolboeken. Nog eens 10 miljoen kronen werd beschikbaar gesteld voor boeken in de voorschoolse educatie. Maximaal 10 procent van het bedrag voor schoolboeken mag worden gebruikt voor toegankelijke digitale versies, bijvoorbeeld voor leerlingen met dyslexie.
De Noorse regering wil toegang tot gedrukte leermiddelen ook wettelijk vastleggen. Op 8 september 2026 gaat het nog om een wetsvoorstel; er geldt nog geen wettelijke verplichting.
Ook voor Noorwegen is de juiste samenvatting dus niet de laptop verdwijnt. De overheid wil de keuze tussen boek en scherm terugbrengen en het gebruik bij jonge leerlingen begrenzen.
Wat laat PISA 2025 zien?
PISA onderzoekt hoe vijftienjarigen kennis en vaardigheden toepassen in natuurwetenschappen, wiskunde en lezen. In 2025 namen ruim 760.000 leerlingen uit 91 landen en economieën deel. De OESO publiceerde de resultaten op 8 september 2026.
De leesuitkomst is helder: Nederland, Zweden en Noorwegen gingen alle drie statistisch significant achteruit ten opzichte van 2022. Ook het OESO-gemiddelde daalde significant.
| Land | Lezen 2025 | Sinds 2022 | Wiskunde 2025 | Sinds 2022 | Natuurwetenschappen 2025 | Sinds 2022 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nederland† | 441 | −18, significant | 483 | −9, niet significant | 485 | −3, niet significant |
| Zweden | 466 | −21, significant | 464 | −18, significant | 485 | −8, niet significant |
| Noorwegen† | 453 | −24, significant | 452 | −17, significant | 470 | −8, niet significant |
| OESO-gemiddelde | 461 | −14, significant | 463 | −9, significant | 482 | −3, significant |
Toelichting: ‘significant’ betekent hier statistisch significant volgens de OESO, bij een significantieniveau van 5 procent. Een significant verschil is niet automatisch bewijs van een bepaalde oorzaak en zegt evenmin dat één maatregel het verschil verklaart. † Voor Nederland en Noorwegen gelden aanvullende waarschuwingen over de steekproefkwaliteit.
De vergelijking met het OESO-gemiddelde geeft nog een tweede beeld:
- Nederland scoort in 2025 significant lager voor lezen, significant hoger voor wiskunde en niet significant anders voor natuurwetenschappen.
- Zweden wijkt in geen van de drie domeinen statistisch significant af van het OESO-gemiddelde.
- Noorwegen scoort in alle drie de domeinen significant lager dan het OESO-gemiddelde.
De Nederlandse leesscore daalde van 459 naar 441 punten. In Nederland behaalde 61 procent van de deelnemers minimaal niveau 2 voor lezen, tegenover 69 procent gemiddeld binnen de OESO. In Zweden behaalde 69 procent minimaal niveau 2; in Noorwegen was dat 66 procent.
Ook de langere trend stemt niet gerust. Sinds 2015 daalde de gemiddelde leesscore binnen de OESO met 28 punten. De OESO meldt daarnaast dat zogenoemd haastig lezen — snel lezen met relatief veel fouten — tussen 2018 en 2025 bijna verdubbelde tot 9 procent.
Waarom de Nederlandse en Noorse cijfers extra voorzichtigheid vragen
De dalingen mogen dus worden benoemd zoals de OESO ze rapporteert. Vooral bij Nederland en Noorwegen passen geen overdreven precieze ranglijsten of stellige causale conclusies.
Zegt PISA 2025 dan iets over schermgebruik?
Ja, maar niet het simpele antwoord dat ‘minder altijd beter’ is. Gemiddeld zegt 28 procent van de leerlingen in OESO-landen dat klasgenoten in de meeste of alle lessen natuurwetenschappen worden afgeleid door digitale apparaten. De OESO brengt zulke afleiding in verband met zwakkere prestaties.
Tegelijk hangt gematigd gebruik van digitale middelen voor leren samen met hogere scores voor natuurwetenschappen dan helemaal geen gebruik of zeer intensief gebruik. Dat patroon is ook zichtbaar in de landenprofielen van Nederland, Zweden en Noorwegen. Het gaat om samenhang in zelfgerapporteerde gegevens, niet om een experiment. De cijfers kunnen daarom niet vaststellen dat een bepaalde hoeveelheid schermtijd de verschillen in scores veroorzaakt.
De bruikbare conclusie is preciezer: doelgericht digitaal gebruik en digitale afleiding zijn niet hetzelfde. De activiteit, de duur, de begeleiding en wat het scherm vervangt, doen ertoe.
Waarom PISA het Scandinavische beleid nog niet kan beoordelen
- De timing klopt niet. De Noorse curriculumwijziging ging pas in augustus 2026 in, na de PISA-meting. De Zweedse wijziging voor de voorschoolse educatie ging halverwege 2025 in.
- De leeftijdsgroepen verschillen. De belangrijkste maatregelen richten zich op jonge kinderen; PISA onderzoekt vijftienjarigen.
- PISA is geen gecontroleerd experiment. Het onderzoek laat verschillen en verbanden zien, maar is niet ontworpen om één oorzaak te isoleren.
- ‘Schermgebruik’ is geen uniforme aanpak. Scrollen door een lange tekst met meldingen aan is didactisch iets anders dan gericht luisteren, uitspraak oefenen, samenwerken of onmiddellijke feedback krijgen.
De PISA-cijfers zijn daarom een relevante nulmeting voor later onderzoek, niet het rapportcijfer van beleid dat pas net is ingevoerd.
Wat betekent dit voor Engels in het primair onderwijs?
PISA 2025 meet bij Nederlandse leerlingen geen Engels als vreemde taal. De reguliere leestoets gaat over lezen in de instructietaal. Resultaten van vijftienjarigen kunnen bovendien niet rechtstreeks worden vertaald naar groep 1 tot en met 8.
De discussie levert wel een bruikbaar didactisch principe op. Bij jonge leerlingen hoort taal eerst hoorbaar, sociaal en betekenisvol te zijn: luisteren naar de leerkracht, samen spreken, voorlezen, bewegen bij taal, werken met prenten en woorden herhalen in een echte situatie.
Digitale middelen kunnen iets toevoegen wanneer audio, uitspraakvoorbeelden, herhaling of differentiatie nodig zijn. Daarna kan het apparaat weer dicht. Een digitale start kan uitmonden in een mondeling spel, een korte schrijfopdracht of een geprinte verwerking. De pagina over Engels leren in het primair onderwijs laat zien hoe STERK Engels digitale en printbare onderdelen combineert.
En wat betekent dit voor Engels in het vmbo?
Voor het vmbo ligt de leeftijd dichter bij die van PISA-deelnemers, maar ook hier blijft de beperking gelden: de op 8 september gepubliceerde resultaten bevatten geen meting van de Engelse taalvaardigheid van Nederlandse leerlingen. De resultaten van de optionele internationale toets Engels als vreemde taal verschijnen pas in 2027; Nederland nam daar niet aan deel, Zweden wel en Noorwegen niet.
Voor de Engelse les zijn vooral de onderliggende principes relevant: bescherm aandacht, bouw woordenschat en voorkennis op, laat leerlingen actief verwerken en kies het medium bij de taak. Bij een langere tekst kan papier rust en overzicht geven. Voor luisteren, uitspraak, herhaald oefenen, actuele bronnen en gerichte feedback kan een digitaal middel juist functioneel zijn.
Een werkbare vmbo-les kan beide combineren: eerst een korte audio of video met een duidelijk luisterdoel, daarna het apparaat dicht voor overleg, vervolgens een geprinte tekst om te markeren en tot slot een digitale oefening voor feedback. Op de pagina Engels voor het vmbo staat meer over de combinatie van online en offline werken binnen STERK Engels. Wie leerlingen langer en nauwkeuriger wil laten lezen, kan ook aansluiten bij geconcentreerd en verdiepend lezen.
Waar past EdTool in dit verhaal?
PISA 2025 bevat ook een actuele waarschuwing over AI. In OESO-landen gebruikt 46 procent van de leerlingen minstens wekelijks een AI-chatbot om te leren. Gebruik van AI voor specifieke schooltaken hangt in de PISA-data samen met lagere scores voor natuurwetenschappen, terwijl algemeen wekelijks gebruik ongeveer gelijk uitpakt aan niet-gebruik. Ook dit zijn verbanden, geen bewezen effecten.
Voor materiaalontwikkeling betekent dit dat AI de inhoudelijke controle van de docent niet mag vervangen. Met EdTool kan een docent vanuit een eigen tekst, pdf of opdracht interactieve activiteiten laten maken. De didactische winst ontstaat pas wanneer de docent de bron controleert, de taal en moeilijkheidsgraad bewerkt, het leerdoel bewaakt en bepaalt welke stap digitaal, mondeling of op papier plaatsvindt.
Een praktische ontwerpvolgorde is:
- formuleer wat leerlingen na de activiteit moeten kunnen;
- kies en controleer een betrouwbare, actuele bron;
- laat AI alleen een eerste versie of varianten genereren;
- controleer inhoud, taalniveau, antwoorden, auteursrecht en toegankelijkheid;
- bepaal bewust wanneer het scherm open- en dichtgaat;
- kijk tijdens de les of de gekozen vorm werkelijk tot leren leidt.
Zo ondersteunt een digitaal auteursplatform docentregie. Het is geen argument voor permanent digitaal onderwijs.
Vijf vragen voor het teamgesprek
- Welk leerdoel wordt door dit digitale middel beter ondersteund?
- Wat doen leerlingen tijdens de schermtijd: consumeren, oefenen, creëren, communiceren of feedback verwerken?
- Welke afleiding kan worden weggenomen zonder de didactische functie te verliezen?
- Is papier, mondeling werken of bewegen op dit moment een betere keuze?
- Kan de docent de inhoud, duur en vorm aanpassen aan leeftijd, niveau en ondersteuningsbehoefte?
Geen Scandinavisch eindbewijs, wel een duidelijke opdracht
PISA 2025 geeft Zweden of Noorwegen nog geen gelijk over hun nieuwe schermbeleid. Daarvoor zijn de maatregelen te recent, de onderzochte leerlingen te oud en de mogelijke oorzaken te talrijk. De dalende leesscores maken de aanleiding voor herbezinning wel urgenter.
De beste reactie is daarom niet alles digitaal of alles op papier. Goed Engels onderwijs vraagt om een beredeneerde combinatie: rijke mondelinge interactie, geconcentreerd lezen, doelgericht oefenen, passende feedback en digitale middelen die aantoonbaar iets toevoegen. Het leerdoel blijft leidend; het apparaat is een keuze.
Veelgestelde vragen
Hebben Zweden en Noorwegen laptops op school verboden?
Nee. Beide landen begrenzen en sturen het gebruik, vooral bij jonge leerlingen, en maken meer ruimte voor gedrukte leermiddelen. De maatregelen verschillen per land en leeftijdsgroep.
Wat zijn de belangrijkste PISA 2025-leesscores?
Nederland scoort 441 punten, Zweden 466, Noorwegen 453 en het OESO-gemiddelde 461. Alle vier de scores zijn statistisch significant lager dan in 2022.
Bewijst PISA 2025 dat laptops tot slechtere leesprestaties leiden?
Nee. PISA laat verbanden zien, maar kan niet vaststellen dat laptopgebruik de oorzaak van hogere of lagere prestaties is. De OESO onderscheidt bovendien gematigd, doelgericht gebruik van excessief gebruik en digitale afleiding.
Meet PISA 2025 de Engelse taalvaardigheid van Nederlandse leerlingen?
Niet in de resultaten die op 8 september 2026 zijn gepubliceerd. De reguliere leestoets meet lezen in de instructietaal. De resultaten van de optionele toets Engels als vreemde taal verschijnen in 2027; Nederland deed daar niet aan mee.
Moeten scholen nu meer op papier werken?
Niet automatisch. Papier kan helpen bij lang en geconcentreerd lezen; digitale middelen kunnen meerwaarde bieden bij bijvoorbeeld audio, uitspraak, differentiatie en feedback. Leeftijd, leerdoel en taak bepalen de keuze.
Bronnen
De nieuwsberichtgeving was de aanleiding voor deze factcheck. Beleids-, resultaat- en significantieclaims zijn gecontroleerd aan de hand van de primaire bronnen hieronder.
- OESO — PISA 2025 Results (Volume I): Future-Ready Students, 8 september 2026.
- OESO — landenprofiel Nederland, PISA 2025.
- OESO — landenprofiel Zweden, PISA 2025.
- OESO — landenprofiel Noorwegen, PISA 2025.
- Zweedse regering — meer boeken en minder schermen in de voorschoolse educatie, 27 februari 2025.
- Noorse onderwijsdirectie — richtlijnen voor digitaal gebruik en schermgebruik op school, laatst gewijzigd op 19 juni 2026.
- Noorse regering — 150 miljoen kronen voor boeken in voorschoolse educatie en scholen, 21 mei 2026.
- Noorse regering — wetsvoorstel over toegang tot gedrukte leermiddelen, 19 juni 2026.
- OESO — vervolgresultaten Engels als vreemde taal verschijnen in 2027.
- Furenes, Kucirkova & Bus — meta-analyse lezen op papier en scherm bij kinderen, 2021.
- NU.nl — nieuwsaanleiding over laptopgebruik in Zweden en Noorwegen, 6 september 2026.





