Nieuwe kerndoelen Engels: wat verandert er voor het po en de onderbouw van het vo?

De definitieve conceptkerndoelen Engels leggen andere accenten dan de huidige kerndoelen. Doelgerichte communicatie krijgt een centrale plaats. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt bovendien expliciet aandacht gevraagd voor rijke en betekenisvolle contexten. Taal- en cultuurbewustzijn, meertaligheid en het gebruik van passende digitale middelen zijn duidelijker uitgewerkt. Wat betekent dat voor lessen, leerlijnen en leermiddelen?

Kort antwoord. In het primair onderwijs beschrijven de conceptkerndoelen communiceren in het Engels en taal- en cultuurbewustzijn. Voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn rijke taalcontexten, communicatie en taal- en cultuurbewustzijn uitgewerkt. Luisteren, kijken, lezen, spreken, gesprekken voeren en schrijven worden verbonden aan doel, publiek en context. Op 5 september 2026 zijn deze inhoudelijke conceptkerndoelen nog niet wettelijk verplicht. De Rijksoverheid verwacht invoering per 1 augustus 2027, maar formuleert dit nadrukkelijk als een verwachting.

Wat is de wettelijke status op 5 september 2026?

SLO publiceerde de definitieve conceptkerndoelen moderne vreemde talen in november 2025. De inhoudelijke doelen voor Engels staan op dit moment nog niet in de wet. Totdat nieuwe kerndoelen rechtsgeldig zijn ingevoerd, blijven scholen werken vanuit de huidige wettelijke kerndoelen.

Een belangrijk juridisch onderscheid: de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen is inmiddels aangenomen, gepubliceerd en deels in werking getreden. Deze kaderwet maakt het mogelijk om nieuwe kerndoelen volgens de herziene systematiek vast te stellen. Daarmee zijn de inhoudelijke conceptkerndoelen Engels zelf nog niet automatisch wettelijk bindend. SLO en de Rijksoverheid duiden deze op 5 september 2026 nog steeds aan als definitieve conceptkerndoelen.

De actuele informatie van de Rijksoverheid noemt 1 augustus 2027 als verwachte invoeringsdatum voor moderne vreemde talen. Het woord verwacht is hier van belang: de datum is nog geen garantie. Scholen kunnen de conceptkerndoelen wel gebruiken om zich inhoudelijk voor te bereiden. De nummers 33 en 34 voor het po en 34, 35 en 36 voor het vo zijn dus de nummers uit de nieuwe conceptbundels, niet de nummering van de kerndoelen die nu wettelijk gelden.

Wat schrijven de conceptkerndoelen wel en niet voor?

Kerndoelen beschrijven op landelijk niveau wat leerlingen aangeboden krijgen, ervaren of uiteindelijk beheersen. Ze schrijven niet één lesmethode, didactische aanpak of vaste volgorde voor. Scholen en leraren houden ruimte om keuzes te maken die passen bij de leerlingen, de schoolvisie en de lokale context.

Dat betekent ook dat grammatica-instructie, woordenschatonderwijs, herhaling en gerichte inoefening niet verdwijnen. De conceptkerndoelen nodigen wel uit om zulke onderdelen te verbinden met taalgebruik dat voor leerlingen een herkenbaar doel heeft. Ook hoeft niet iedere les alle vaardigheden, cultuur, meertaligheid en digitale middelen tegelijk te bevatten. De samenhang moet vooral zichtbaar worden over lessen en leerjaren heen.

De voorgestelde opbouw voor Engels

OnderdeelPrimair onderwijsOnderbouw voortgezet onderwijs
Conceptkerndoelen33: de leerling communiceert in het Engels.
34: de leerling ontwikkelt zich als taal- en cultuurbewuste gebruiker van het Engels.
34: de leerling gebruikt Engels in rijke en betekenisvolle contexten.
35: de leerling communiceert in het Engels.
36: de leerling ontwikkelt zich als taal- en cultuurbewuste gebruiker van het Engels.
TaalactiviteitenEngelstalige kijk-, luister- en leesteksten begrijpen; spreken en gesprekken voeren; schrijven.Kijken en luisteren, lezen, spreken en gesprekken voeren, schrijven en schriftelijke interactie, afgestemd op de betreffende doelformulering.
ContextEenvoudige, vertrouwde en alledaagse onderwerpen en situaties.Een rijk aanbod van fictie- en non-fictiebronnen, verschillende taalvariëteiten en contexten waarin Engels als lingua franca wordt gebruikt.
TaalleerprocesPassende aanpakken verkennen, het eigen meertalige repertoire benutten en digitale hulpmiddelen inzetten.Eigen doelen, voorkeuren en effectieve aanpakken onderzoeken; het meertalige repertoire en passende digitale middelen inzetten.
CultuurVerkennen waar, door wie en in welke contexten Engels wordt gebruikt; de eigen leefwereld vergelijken met culturele aspecten van Engelssprekenden en gebieden waar Engels wordt gesproken.Culturele aspecten, diversiteit en stereotypering onderzoeken en culturele kennis gebruiken in interculturele communicatie.
Richting ERKLeerlingen werken voor de verschillende taalvaardigheden doorgaans toe naar A1.De niveaus liggen voor de verschillende taalvaardigheden doorgaans tussen A1 en A2. Leerlingen in de onderbouw van havo en vwo maken daarnaast een start met B1.

Vijf accenten die in lessen zichtbaar kunnen worden

1. Taalgebruik krijgt een herkenbaar doel

Een oefening met tien zinnen in de past simple kan een nuttige stap zijn om een taalvorm in te oefenen. Op zichzelf geeft zo’n oefening vooral informatie over vormbeheersing. Een aansluitende opdracht — bijvoorbeeld een korte audiotour voor een partnerklas — voegt doel, publiek en context toe. De taalvorm blijft belangrijk, maar staat ten dienste van wat de leerling wil overbrengen.

2. Taalvaardigheden worden vaker gecombineerd

Veel situaties van werkelijk taalgebruik combineren receptieve, productieve en interactieve vaardigheden. Leerlingen bekijken of lezen bijvoorbeeld bronmateriaal, bespreken wat relevant is en maken vervolgens een gesproken of geschreven product. Dat hoeft niet in iedere les. Over een lessenreeks kan wel zichtbaar worden hoe de vaardigheden elkaar ondersteunen.

3. De taalomgeving wordt rijker

Een rijke taalomgeving kan bestaan uit goed gekozen methodemateriaal én aanvullende bronnen, zoals korte verhalen, interviews, kaarten, video’s en infographics. Voor de onderbouw van het vo noemen de conceptkerndoelen verschillende taalvariëteiten en Engels als lingua franca. Daarmee komt er ruimte voor het Engels van mensen met verschillende taalachtergronden. Dat neemt het belang van begrijpelijke uitspraak en passende taalsteun niet weg.

4. Taal- en cultuurbewustzijn krijgt een duidelijkere plaats

Leerlingen onderzoeken hoe taalgebruik samenhangt met context, perspectief en culturele conventies. Ze kunnen bijvoorbeeld nagaan wie in een bron aan het woord is, welk beeld van een land of groep ontstaat en welk perspectief ontbreekt. Cultuuronderwijs blijft daarmee niet beperkt tot feiten over Engelstalige landen, maar ondersteunt ook het leren communiceren met mensen met uiteenlopende achtergronden.

5. Leerlingen krijgen meer zicht op hun taalleerproces

De conceptkerndoelen besteden aandacht aan leerstrategieën, het meertalige repertoire en passende digitale hulpmiddelen. Leerlingen kunnen onderzoeken wat bij een specifieke taak helpt: hardop herhalen, een woordenweb maken, vergelijken met een andere taal, feedback vragen, voorleessoftware gebruiken of een eigen opname terugluisteren.

Een bruikbare ontwerpvraag is niet alleen: “Welke stof behandel ik?”, maar ook: “Welke betekenisvolle taalhandeling moet de leerling uiteindelijk kunnen uitvoeren?”

Een 10-minutenscan voor een bestaande les

Kies één les of hoofdstuk dat binnenkort op het programma staat. Beantwoord vervolgens deze zeven vragen:

  1. Doel: wat doet de leerling aan het einde daadwerkelijk met Engels?
  2. Publiek: voor wie luistert, leest, spreekt of schrijft de leerling?
  3. Context: is de situatie herkenbaar, relevant of inhoudelijk interessant?
  4. Input: werkt de leerling met begrijpelijk Engels dat voldoende inhoud en variatie biedt?
  5. Interactie en product: reageert, overlegt, creëert of verwerkt de leerling iets?
  6. Bewustzijn: is er een passende aanleiding om een leerstrategie, meertaligheid of cultureel perspectief te betrekken?
  7. Bewijs: waaraan is te zien of te horen dat de leerling het doel bereikt?

Praktische werkwijze: geef iedere vraag 0 punten als het element ontbreekt, 1 punt als het impliciet aanwezig is en 2 punten als het duidelijk zichtbaar is. De totaalscore is geen kwaliteitsoordeel. Gebruik de uitkomst om één zinvolle verbetering voor deze les te kiezen.

Twee lesideeën als praktische vertaling

De onderstaande voorbeelden zijn geen voorgeschreven uitwerkingen van SLO. Ze laten zien hoe verschillende onderdelen in een les of korte lessenreeks met elkaar kunnen worden verbonden.

PO · A school day around the world

Niveau: toewerken naar ERK A1
Taalhandeling: informatie begrijpen, vergelijken en mondeling delen.

  1. Gebruik drie korte teksten, audiofragmenten of clips over schooldagen in verschillende contexten.
  2. Laat leerlingen tijden, activiteiten en voorkeuren uit de bronnen halen.
  3. In duo’s vergelijken ze hun bevindingen: We start at… They start at… I would like…
  4. Ze maken een gesproken bericht van ongeveer 30 seconden voor een denkbeeldige partnerklas.
  5. Bespreek tot slot welke woorden of overeenkomsten met andere talen hielpen om het Engels te begrijpen.

Mogelijk bewijs: de leerling benoemt begrijpelijk twee overeenkomsten of verschillen en één voorkeur.

VO · Should phones be banned at school?

Niveau: ERK A1–A2, met uitbreiding mogelijk richting B1
Taalhandeling: informatie uit bronnen verwerken en een advies formuleren.

  1. Kies een korte nieuwsclip en twee toegankelijke standpunten over telefoongebruik op school.
  2. Laat leerlingen per bron het argument, een voorbeeld en de afzender vaststellen.
  3. Ze vergelijken in kleine groepen schoolregels en bespreken mogelijke aannames in de bronnen.
  4. Ze nemen een advies van ongeveer 60 seconden op of schrijven een kort bericht aan de leerlingenraad.
  5. Klasgenoten geven met een eenvoudige rubric feedback op begrijpelijkheid, onderbouwing en afstemming op het publiek.

Mogelijk bewijs: de leerling formuleert een standpunt, verwijst naar twee bronnen en reageert op een tegenargument.

Welke plaats hebben digitale middelen en AI?

In de conceptkerndoelen worden digitale hulpmiddelen genoemd bij het leren van Engels en, in het vo, bij onder meer het schrijfproces. Daaruit volgt niet dat iedere Engelse les digitaal moet zijn of dat AI noodzakelijk is. De relevante vraag is of een hulpmiddel het leren in deze situatie aantoonbaar ondersteunt.

Generatieve AI kan een docent bijvoorbeeld helpen om varianten van een spreektaak te bedenken, extra oefenmateriaal te ontwerpen of een eerste versie van gedifferentieerd materiaal te maken. Docent en school moeten de uitkomst vervolgens controleren op inhoud, taalniveau, culturele beeldvorming, brongebruik, privacy en auteursrecht. Internationale kaders van UNESCO en de Europese Commissie benadrukken daarbij menselijke regie, ethiek, pedagogische afwegingen en zorgvuldig beheer van digitale leermiddelen.

Een bruikbare opdracht aan een AI-tool begint daarom niet alleen met “maak een werkblad”. Beschrijf eerst het leerdoel, het beoogde ERK-niveau, de context, de taalhandeling, de gewenste taalsteun en het bewijs waaraan het leren zichtbaar moet worden.

Wat kan een team nu al doen?

  1. Lees gericht: bestudeer de karakteristiek, doelen en toelichtingen die voor Engels en de eigen sector gelden.
  2. Kies één leerlijn: bijvoorbeeld mondelinge communicatie of schrijven. Breng in kaart wat leerlingen nu van jaar tot jaar doen.
  3. Bekijk enkele representatieve lessen: gebruik de 10-minutenscan bij drie lessen of modules, niet meteen bij het volledige aanbod.
  4. Ontwerp een kleine proef: voeg bijvoorbeeld een duidelijker communicatief doel, een rijkere bron of bewuste taalsteun toe.
  5. Verzamel leerlingwerk: bespreek welke aanwijzingen dit geeft over het bereiken van het beoogde doel.
  6. Breng hiaten en sterke punten in kaart: bepaal daarna welk materiaal bruikbaar blijft, wat aanpassing vraagt en waar aanvulling nodig is.
Voor schoolleiders en taalcoördinatoren: voorbereiding op nieuwe kerndoelen is een gezamenlijke curriculumtaak. Ontwikkeltijd, heldere kwaliteitscriteria en een beperkte pilot helpen om inhoudelijke keuzes bespreekbaar te maken zonder het volledige programma in één keer te herzien.

Veelgestelde vragen

Zijn de nieuwe kerndoelen Engels al verplicht?

Nee. Op 5 september 2026 zijn dit definitieve conceptkerndoelen. De huidige wettelijke kerndoelen blijven gelden totdat de nieuwe inhoudelijke kerndoelen rechtsgeldig zijn ingevoerd. De Rijksoverheid verwacht invoering per 1 augustus 2027.

Maar er is toch al een nieuwe kerndoelenwet aangenomen?

Ja. De Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen is aangenomen en gepubliceerd. Die wet herziet de wettelijke basis en systematiek waarmee kerndoelen kunnen worden vastgesteld. De wet maakt de inhoudelijke conceptkerndoelen Engels niet op zichzelf al verplicht.

Wat verandert er in het primair onderwijs?

De conceptbundel werkt communiceren in het Engels en taal- en cultuurbewustzijn uit. Daarbij gaat het om begrijpen, spreken, gesprekken voeren en schrijven in eenvoudige, vertrouwde situaties. Ook leerstrategieën, meertaligheid, digitale hulpmiddelen en culturele contexten krijgen aandacht.

Wat verandert er in de onderbouw van het vo?

Naast communicatie en taal- en cultuurbewustzijn wordt het gebruik van Engels in rijke en betekenisvolle contexten expliciet uitgewerkt. Daarbij horen onder meer fictie en non-fictie, creatieve taalproductie, tekstverwerking, taalvariëteiten en Engels als lingua franca.

Welke ERK-niveaus worden genoemd?

Volgens de karakteristiek werken leerlingen in het po voor de verschillende taalvaardigheden doorgaans toe naar A1. In de onderbouw van het vo liggen de niveaus doorgaans tussen A1 en A2. Leerlingen in de onderbouw van havo en vwo maken daarnaast een start met B1. De precieze duiding vraagt om samenhang tussen karakteristiek, kerndoelen, indicatoren en andere curriculumdocumenten.

Moet iedere Engelse les digitale middelen of AI gebruiken?

Nee. Digitale middelen zijn geen doel op zichzelf. AI wordt niet als verplicht middel voorgeschreven. De inzet is alleen zinvol wanneer die past bij het leerdoel, de leerlingen en de gekozen aanpak.

Dekt onze methode de conceptkerndoelen?

Een leermiddelenanalyse van de uitgever kan een nuttig vertrekpunt zijn, maar is niet afdoende. Leg de conceptkerndoelen naast de feitelijke lessen, opdrachten en leerlingproducten. Kijk ook naar de samenhang over leerjaren heen en naar de ruimte die leraren in de praktijk benutten.

Conclusie

Voorbereiden op de conceptkerndoelen hoeft niet te beginnen met een volledige herziening van het programma. Een gerichte analyse van een leerlijn of enkele lessen kan al laten zien waar sterke aansluiting bestaat en waar ontwikkeling wenselijk is. De kern is samenhang: passend taalaanbod, een helder doel, betekenisvol taalgebruik en bruikbaar bewijs van wat leerlingen leren.

Dit artikel is onderdeel van Engels in beweging, de kennisserie van STERK Engels over curriculum, technologie, materiaalontwikkeling en internationale ontwikkelingen in het talenonderwijs.

Bronnen en verder lezen

Broncontrole: 5 september 2026. Omdat de juridische status kan veranderen, is de publicatiedatum hierboven zichtbaar vermeld.